De naam Beemster Lusthof.

Het besluit van het Hof van Holland in 1607 om Beemster droog te leggen betekende dat er grote investeringen moesten worden gedaan. Rijke en ondernemende Amsterdamse kooplieden en invloedrijke ambtenaren waren bereid gevonden dit immense project te financieren. Zo werden zij de eigenaren van het nieuw ontstane land waarvan zij de bewerking echter over lieten aan de boeren.

Wel lieten zij er grote buitenplaatsen aanleggen om daar de zomermaanden door te brengen. In 1640 telde men zo'n vijftigtal fraai aangelegde buitenplaatsen omgeven door visrijke waterpartijen, mooie plantsoenen en wandeldreven. Daarnaast leverden de boomgaarden en moestuinen een grote verscheidenheid aan fruit en moesgewassen.
De meeste van deze lusthoven waren gelegen aan de Volgerweg. Enkele bekende namen zijn o.a. Vredenburgh, Zwaansvliet, Beemsterlust, Rustenhove, Volgerwijk.

In de nabijheid van deze landerijen stonden zo'n tweehonderd goedingerichte boerenhuizen eveneens omringd door boompartijen en graslanden met uitstekend vee.
Deze rijkdom ontlokte J.A. Leeghwater de uitspraak dat 'Beemster van alles zoo overvloedig is gezegend, dat het nu genoegzaam het grootste Lusthof van Noord-Holland is'.

De kooplieden zijn vertrokken, de buitens zijn gesloopt maar Beemster is agrarisch gebleven.

tekening lusthof Rustenhove Volgerweg westkant karakteristieke stolpboerderij landschap met koeien